Activiteiten  -  Wedstrijden  -  Foto Nationaal  -  2004  -  Juryrapport
 
Juryrapport Foto Nationaal 2004
 
BNAFV
Eindhoven, 9 oktober 2004
 
Van de 250 amateurfotografen die de BNAFV uitnodigde om werk in te zenden voor Foto Nationaal 2004, gaven 146 gevolg aan dat verzoek. De jury - bestaande uit Hans Scholten (beeldend kunstenaar en docent fotografie aan de St. Joost), John Chevallerau (ontwerper en art director) en Hans Rooseboom (conservator fotografie van het Rijksmuseum) - had als taak deze 146 series van vijf foto's terug te brengen tot 20, eventueel 19 of 21. Na een eerste ronde bleven 25 series over, waarvan een aantal dus nog diende af te vallen. Dat de jury uiteindelijk slechts 18 series selecteerde, geeft aan dat zij zich kritisch van haar taak kwijtte, een grens wilde trekken, en niet - uit gemakzucht of omwille van de vriendelijkheid - meer series wilde toelaten dan ze wenselijk vond. Hieronder zullen in algemene termen de overwegingen en indrukken van de jury worden weergegeven.
 
 
Belangrijke tekortkoming van veel series was volgens de jury dat het resultaat - de afdrukken op papier - niet gelijk was aan wat de maker tevoren voor ogen had gestaan. Net zoals het niet iedereen gegeven is zijn of haar gedachten helder en adequaat in woorden te formuleren, zo is het ook met beelden: de jury 'proefde' dat de maker soms meer had gewild dan eruit kwam. Het is ergens halverwege blijven steken. Natuurlijk was dit slechts een (sterk) vermoeden van de jury, maar zij meende dit gebrek waar te nemen doordat verschillende series onvoldoende onderling verband, onvoldoende cohesie of logica hadden, doordat de beelden niet sterk of pregnant genoeg waren, of onvoldoende concentratie lieten zien op waar het eigenlijk om diende te gaan in het beeld. Een stap naar voren had in sommige gevallen bij wijze van spreken al genoeg kunnen zijn om het onderwerp beter en nadrukkelijker in beeld te brengen. Deze foto's suggereren, kortom, meer dan ze waarmaken.

Wat hiermee samenhangt is dat het volgens de jury niet altijd duidelijk is - d.w.z. dat niet altijd goed wordt verbeeld - wat het onderwerp was van de foto's of wat de aanleiding was tot het kiezen van onderwerp of de wijze van uitvoering. Bij goede series proef je wat de maker dreef of inspireerde, wat eigenlijk wil zeggen dat die gedrevenheid of geïnspireerdheid op de beschouwer wordt overgedragen. Naar de indruk van de jury ontbrak in verschillende series een onderwerp, een doel of een aanleiding, en werden de beelden gedomineerd door een visueel of technisch trucje of maniertje. De jury was zeer eensgezind in de afwijzing van series waarin weinig meer gedaan leek te zijn dan het toepassen van een trucje waarvan de werkwijze te vinden is in menig fototijdschrift of fototechnisch handboek. Tot deze trucs behoort o.a. het gebruik van zware kleurfilters of het omtinten van de afdrukken. Het beeld en het trucje hebben zelden iets met elkaar te maken, m.a.w. de truc voegt niets aan het beeld toe. De techniek overheerst het beeld, terwijl in het ideale geval techniek en beeld (vormgeving) in evenwicht zijn, de een niet zonder de ander kan.

De technische uitvoering was overigens zelden reden om een serie niet te selecteren: de opname- en afdruktechniek is bijna altijd goed te noemen. Een gebrek aan inhoud, visuele kracht of onderlinge samenhang van de vijf foto's waren vaker reden de serie in de eerste ronde terzijde te laten. Opvallend is hoe hardnekkig sommige tradities zijn in amateur-kringen. Met name het in sepia omtinten van afdrukken of het monteren van delen van negatieven tot een nieuw - surrealistisch beeld - is al decennia populair en is waarschijnlijk nooit verdwenen. Oorspronkelijkheid is doorgaans - het kan naar de menig van de jury niet verhuld worden - niet de grootste kracht van amateurfotografen. Zij hebben vaak een enigszins conservatieve, traditionele smaak. De gemiddelde leeftijd - weinig dertigers - veronderstelt een zekere rijpheid, zodat we ervan mogen uitgaan dat de stijlen waarin amateurs werken bewust gekozen zijn. Jeugdige onervarenheid is in ieder geval geen factor. In verschillende gevallen zijn de fotografische voorbeelden en inspiratiebronnen gemakkelijk te herkennen - soms van jaren her, soms van recenter datum -: het werk van Erwin Olaf, Lucien Clergue, Bert Teunissen en Franco Fontana bijvoorbeeld is niet onopgemerkt gebleven. Overigens kan, ter verzachting, opgemerkt worden dat deze en andere fotografen ook door beroepsfotografen vaak zijn nagevolgd.

Opvallend is dat de series in zwart-wit vaker in hun opzet geslaagd lijken te zijn dan die in kleur. Bij de hierboven al geconstateerde moeite die verschillende fotografen lijken te hebben om zich te concentreren op wat werkelijk belangrijk is en gezien de moeite om de foto's te maken die hen voor ogen zweefden, lijkt kleur als extra element een extra handicap te zijn. De zwart-wit-series worden vaker gekenmerkt door eenvoud, natuurlijkheid, evenwicht en een doordachte en zorgvuldige compositie dan de in kleur uitgevoerde series.

Bij de uiteindelijke keuze van 18 series heeft de jury zich niet alleen door haar eigen smaak en inzichten - hierboven kort uiteengezet - laten leiden, maar heeft zij ook willen letten op het serieverband. Dat was tenslotte een expliciete eis bij de uitnodiging die de BNAFV deed voor Foto Nationaal. In enkele gevallen vertoonde een serie veel te weinig onderlinge coherentie, hetzij visueel, hetzij inhoudelijk. Het kwam voor dat drie of vier foto's goed bij elkaar pasten, maar dat de vierde of vijfde er los bij hing. Het blijkt een opgave om een goede serie van vijf te maken. Niet voor niets is het criterium voor het behalen van de prestigieuze BMK-titel dat er een serie van twintig foto's ingeleverd dient te worden.

Het is gemakkelijker te laken dan te prijzen, althans in woorden. Het bovenstaande neemt niet weg dat de jury door verschillende foto's en series aangenaam getroffen werd. De achttien series die de jury heeft willen selecteren voldeden in voldoende mate aan de eisen en wensen. Aan twee series heeft de jury een eervolle vermelding willen geven (ze was minder gelukkig met het door de BNAFV gesuggereerde predikaat 'opmerkelijke serie', omdat daaraan te veel de associatie met oorspronkelijkheid hangt, wat hier minder van toepassing is). Deze twee series wekken bij de jury de indruk dat zij precies zijn wat de makers voor ogen stond, hebben een duidelijk onderwerp, zijn goed uitgevoerd, getuigen van concentratie- en selectievermogen en hebben voldoende stijlvastheid en eigenzinnigheid. Zij zijn beide in zwart-wit uitgevoerd en worden gekenmerkt door een verstilde, dromerige sfeer. De eerste serie is die van Chantal Korthout (Amsterdam), portretten van jonge vrouwen met gesloten ogen. Het zijn ontroerende, intieme en introverte foto's, op een mooi klein formaat afgedrukt. Ze zijn verre van gelikt en staan ook mijlen af van de lekkere-meiden-fotografie die we zo vaak zien op de covers van fototijdschriften. De tweede serie met een eervolle vermelding is die van Mariette Knaapen (Riethoven), details uit interieurs voorstellende. Het zijn bijna stillevens, zo geconcentreerd en ingetogen zijn de gekozen details. Een belangrijk element in deze vijf foto's is het spel van licht, schaduw en reflectie, wat de foto's enigszins mysterieus maakt.

 
Amsterdam, 10 oktober 2004
 
Hans Scholten
John Chevallerau
Hans Rooseboom